Zomaar voor zomaar
De warmte van de afgelopen tijd bracht me terug naar mijn kindertijd. In ons gezin heerste de wijze opvatting - volgens mijn ouders - dat voldoende slaap ernstige ziektes kon voorkomen. Met name als het kinderen betrof en vooral in perioden waarin het lichaam veel energie moest leveren. Bijvoorbeeld tijdens erg warme dagen. Dus lagen mijn zus en ik - 8 en 9 jaar oud - tijdens de zomer al om zeven uur op bed. En daar lagen we dan, natuurlijk nog klaarwakker en vol levenslust. Onze slaapkamer - die uitkeek op straat - was heet, heter en heetst. Het was nog volop licht en buiten klonk geroezemoes van onze ouders en buren die buiten de koelte hadden opgezocht. Maar wat we vooral hoorden was het gejoel van kinderen uit de buurt. Hun ouders misten blijkbaar de wijsheid die onze ouders deed besluiten dat wij op bed hoorden.
Boos waren we dan ook, heel erg boos. En onmachtig, want verzet had geen enkel effect. Vandaar dat mijn zus en ik ons eigen spel verzonnen, zoals wel vaker gebeurde. We deden bijvoorbeeld alsof we op het strand waren, of aan de oevers van het kanaal van Goes naar ´het Sas´, een rivier in mijn beleving. Een picknickmand vol lekkers daarbij. We noemden zo’n spel: ‘zomaar voor zomaar’ en konden er zo in opgaan dat we het hele buitengebeuren vergaten, ons niet meer bewust waren van de hitte en zelfs moe van het spelen – in onze fantasie – zeer tevreden in slaap vielen.
Ook toen we al wat ouder waren, nog steeds te vroeg naar ons zin naar bed gestuurd, speelden we dit spel. ‘Kom zus, laten we zomaar voor zomaar doen, ik ben dan jouw vriend en dan kom ik je ophalen en dan gaan we ….’ De meest leuke dingen verzonnen we met een goeie en wel besteedde avond als gevolg. Het gaf ook die speciale binding die soms tussen zusjes kan ontstaan - een soort twee-eenheid - wij samen met geheimpjes waar niemand van wist. Het was een vermogen waar we gebruik van maakten als we niets anders konden verzinnen om onze zinnen te verzetten en Het Werkte. Gestimuleerd door de beperkende situatie kwamen we – in onze fantasie – op de mooiste plaatsen en beleefden we grootse avonturen.
Het is het vermogen waar elk kind gebruik van maakt en dat zo vaak wordt afgedaan als dagdromen, fantasie.
Terwijl het juist deze fantasie is die maakt dat een architect tot een tekening komt en de bouwmeester tot de uitvoering ervan. Het was oorspronkelijk een fantastisch plan dat ons naar de sterren deed reiken en mensen naar de maan bracht, maar ook bergen wist te verzetten in tijden van nood. Zoals iemand geloofde dat Hitlers waanzin tot staan gebracht kon worden. En ook al gingen er veel mensenlevens verloren bij de uitvoering van dat plan, velen werden er door gespaard of net op tijd gered. En was het niet Martin Luther King die riep: ´I had a dream….´
Nog steeds, inmiddels al drie maal oma geworden, speel ik ‘zomaar voor zomaar´, nu in mijn werk als NLP-trainer en Healthpractitioner. Een van de oefeningen binnen dit kader is bijvoorbeeld te doen alsof je een blok beton bent of een veertje, waarna anderen proberen je op te tillen, met ah’s en oh’s tot gevolg. Verrassend om te ervaren dat iemand nauwelijks te tillen is of zonder enige moeite van de grond komt. Natuurlijk gaat het niet om het spelletje alleen, maar om anderen te laten ervaren wat een bewust gestuurde gedachte vermag. Dit ooit als kind gespeelde ‘zomaar voor zomaar’ spel, wordt door de Simontons gebruikt om mensen beter te doen anticiperen op behandelingen tegen kanker. Het is maar één van de toepassingen. Binnen mijn werk begeleid ik mensen om die toepassingen te vinden waardoor we als mens groeien en meer heelheid kunnen ervaren. Binnen onszelf, in relaties tot anderen, functioneel en spiritueel. Het meest wonderlijke van dit alles vind ik dat dit vermogen ons zomaar voor zomaar gegeven is. Het doet me op een grootse manier beseffen hoe klein we als mens zijn en hoe heerlijk het is om te spelen met dit wonderbaarlijke instrument dat we meekregen bij onze geboorte.
Ghata
