Genezing of Nieuwe Ziekte?

Het is op een winterse maandag dat ik een controle-afspraak heb met mijn dokter Bok. Ik dacht vanmorgen op mijn fiets na over de naam die ik mijn oncoloog zou kunnen geven zonder zijn ware naam te noemen. Het beeld  van een jong bokje kwam onmiddellijk voor mijn geestesoog, en zonder het te willen verklaren op dit moment, neem ik het voor lief.
Ik krijg de gewoonte-getrouwe droge warme handdruk van dokter Bok, als ik zijn spreekkamer wordt binnengelaten.  Hij vraagt me met één oog op zijn computerscherm en het andere op een geschreven dossier gericht: ´En, Maria, hoe gaat het ermee?´ Ik antwoord dat ik me heel goed voel, opgeruimd en fit.
Het antwoord op mijn vraag lijkt hem niet erg te interesseren want hij is al tijdens mijn antwoord bezig om de bloeduitslagen tevoorschijn te halen op zijn scherm. Terwijl hij dat doet mompelt hij: ´we zullen eens zien hoe goed het met je gaat.´ Ik vraag me af wat het nut van antwoorden op vragen van dokter Bok eigenlijk is als hij toch weinig waarde hecht aan het antwoord.

Als hij alle bloeduitslagen heeft gezien zegt hij: ´ja, heel goed, alles is prima in orde, helemaal geen afwijkende waarden. Prima dus.´
Ik begrijp een beetje dat ik me nu wat hem betreft echt goed mag gaan voelen, als het volgende onderdeel van de routinecontrole aan de beurt is.
Of ik even wil gaan liggen op de onderzoekstafel, want zegt dokter Bok: ´ik wil toch even voelen´. ´Wat wilt u voelen?` is mijn vraag. En hij zegt dat hij de lymfeklieren wil aftasten en ook mijn buik, om zich er van te vergewissen  dat de organen niet afwijkend voelen. Als hij daarmee bezig is vraag ik hem of hij Dokter Hamer kent. Op zijn ontkennende antwoord reageer ik met te vertellen dat dokter Hamer een arts is die zelf kanker kreeg, niet lang nadat hij zijn zoon had verloren. Zijn vermoeden dat deze gebeurtenis, die hij als zeer traumatisch had ervaren, een verband had met het ontstaan van kanker, heeft hij onderzocht. Hij ging er daarbij van uit dat hij eerst zijn trauma moest genezen en dat hij dan pas beter zou kunnen worden. Dit vermoeden werd bevestigd en na zijn genezing is dokter Hamer dit gaan uitdragen. Hij heeft met veel uitbehandelde kankerpatiënten gewerkt en met hen de onderliggende onverwerkte trauma’s opgespoord. In veel gevallen bleek deze relatie te bestaan, en zodra het trauma bij de kankerlijders werd gevonden en genezen, was spontane genezing van kanker het gevolg.

Als ik zo ongeveer bij de clue van het verhaal ben, trekt dokter Bok ineens z’n handen van me af en maakt, tijdens en na het betoog wat dan volgt, zijn routineonderzoek ook niet meer af. Ik luister aandachtig naar zijn reactie die hij met een toon van verontwaardiging en in absolute bewoordingen geeft. Een paar kreten heb ik onthouden.
`Als dit toch mogelijk was, dan zou het toch al lang wereldnieuws zijn?´ En: ´ja dit was mode in de jaren ´70 en ´80. Toen zou alle kanker ineens een psychische component hebben, en iedereen moest toen vooral zijn eigen karakter onder de loep nemen, wat natuurlijke absolute waanzin is!!! Stel je voor, wat een belasting dit voor die arme mensen was! En we weten toch immers niet waardoor kanker veroorzaakt wordt. En de schuldvraag is een terrein met glad ijs, waarop ik mij liever niet waag, omdat daar nooit een antwoord op zal komen…´  

Dokter Bok is behoorlijk van zijn stuk, vooral door zijn eigen reactie en vraagt me om me aan te kleden. Verontschuldigt zich zelfs een beetje voor zijn reactie met de uitspraak dat hij hoopt dat ik het niet erg vind dat hij er zo over denkt. Ik ben met stomheid geslagen en vraag hem of hij dan een andere verklaring kan geven voor dit soort van genezingen. 

Ineens herinnert hij zich twee gevallen van spontane genezing waarvan hij zelf getuige is geweest. Het ene betrof een kwaadaardig melanoom en het andere een geval van nierkanker. Beide mensen waren naar zijn zeggen in een terminale fase beland en niet meer behandelbaar. En beide mensen waren spontaan en volledig genezen. ´Tja´, zegt dokter Bok hoofdschuddend, ´zulke gevallen zijn wel verbazingwekkend´.
Ik doe nogmaals een poging om in gesprek te komen en vraag hem wat hij denkt dat in deze twee gevallen de oorzaak van de genezing geweest kan zijn.
Dan volgt een fenomenale oplossing van de denk-kramp van dokter Bok als vertegenwoordiger van de symptoombestrijders: ´Jja, in dit geval Maria, rechtvaardigt zich de hypothese dat er als het ware een auto-immuun ziekte is ontstaan bij deze terminale patiënten. Het immuunsysteem van de melanoomlijder heeft zich waarschijnlijk tegen het gezwel gericht en dit opgeruimd´.
Mijn met stomheid geslagen dichte mond valt nu open en ik mompel als reactie iets als: ´maar dokter Bok, dit is toch een gezonde functie van het immuunsysteem, dat het ziektes opruimt in het lichaam?´, maar mijn vraag gaat verloren in het gestommel van een schuivende stoel, de abrupte blik op een horloge en een toegestoken hand als teken dat het consult nu afgelopen is.

Als ik even later in de auto op weg naar huis ben, voel ik boosheid langzaam omhoog kruipen en ik ben blij als er thuis koffiedrinkers zijn aan de keukentafel aan wie ik mijn verhaal kwijt kan.  En als ik m’n boosheid de vrije loop laat, komt de onderliggend emotie vrij: een groot verdriet, groter dan mij.
Dit verdriet gaat over het gemis aan contact. Ik besef dat in mijn genezingsproces het kunnen maken, herstellen en houden van contact of verbinding, het meest essentiële thema is geweest. Contact met mijn omgeving, mijn kinderen, man, mijn familie als systeem en mijn vriendenkring. Contact met mezelf, mijn eigen emoties, mijn eigen overtuigingen over ziekte en gezondheid. Contact met bomen, planten, dieren, aarde, lucht, water en vuur. Het mezelf steeds opnieuw durven verbinden met genezende krachten in mezelf en buiten mezelf.

Maria.

Be realistic, plan for a miracle