De Bamboe-schilder
Ushiki was een gewone monnik die in het klooster woonde. Zijn werk bestond vooral uit het schilderen van bamboe´s. Ooit had hij die in de wereld buiten het klooster gezien en met het schilderen probeerde hij voortdurend precies dat op papier te krijgen wat hem had geraakt toen hij te midden van de bamboe´s had ervaren. De echte levende bamboe. Ushiki was echter niet tevreden met wat hij tot dan toe maakte en vroeg zijn meester om raad. Deze gaf hem de opdracht de wereld in te gaan, een bamboebos te vinden en zijn schilderen te perfectioneren. En, als hij kon leven van zijn schilderen, was hij welkom terug in het klooster.
Ushiki schrok zich wezenloos maar gehoorzaamde en vertrok met zijn verfdoos en kwast. Jaren leefde hij buiten het klooster en allang kon hij door de verkoop van zijn schilderijen in eigen bestaan voorzien. Hij kreeg opdrachten vanuit de hele wereld en wat iedereen behalve hijzelf zag, was dat zijn bamboe´s een licht uitstraalden, alsof ze levendiger waren dan in het echt. In zijn wanhoop besloot Ushiki om terug te gaan naar het klooster, immers zo zei hij in zichzelf: ´hij kon van zijn schilderijen leven´.
Op dat moment gebeurde er iets. Alsof hij wakker werd, Flits. Flats. Flandere. Ushiki veranderde.
Al die tijd dat mensen hem smeekten om een schilderij, hem de meest gunstige prijs wilden betalen en meer, hem uitnodigden in hun huis (het was een eer om de grote meester-schilder als gast te mogen ontvangen)....Al die tijd dat hij overal welkom was en open deuren kreeg waar hij maar kwam, had hij niet beseft dat leven van het geld dat zijn schilderen hem opbracht niet hetzelfde was als leven van zijn schilderijen.
Hij keek met verwonderde ogen naar zijn verfdoos en kwast. Ze zagen er nog net zo uit als voordien. En nog steeds een beetje wiebel van wat hem net was overkomen, begon hij te schilderen. Aarzelend en voorzichtig pakte hij de schuursteen en het brokje verf, goot er wat water bij en begon te schuren. Net zolang hij het juiste mengsel verf had. Ook dat bekeek hij met nieuwe ogen, maar het zag er nog net zo uit als vroeger. Het kon niet anders of het moest dan wel in hem zelf zitten.
Met in zijn ene hand de verfdoos en in de andere hand de kwast, sloot hij zijn ogen en concentreerde zich.... totdat zijn hand de kwast pakte, in de verf doopte en in één streek een bamboe neerzette. Pas toen wilde Ushiki zien wat door hem heen geschilderd wilde worden. En voor het eerst zag hij wat anderen al die tijd al hadden gezien, een levendig schilderij, alsof de bamboe-blaadjes zo zouden kunnen bewegen op een zuchtje wind.
Het enige wat Ushiki wist te doen, terwijl de tranen van ontroering, hem over de wangen liepen, was een diepe buiging maken. Een buiging voor zichzelf, voor dat wat zich door hem manifesteerde, voor dat wat ondanks zijn eerdere blindheid, al die tijd had gewacht om ontdekt te worden.
Hij liep de lange weg terug naar het klooster, klopte aan en het was de meester zelf die hem opendeed en hartelijk verwelkomde. ´Welkom thuis mijn zoon´.
Vele jaren later, toen Ushiki zelf de meester van vele leerlingen was, vroeg een jonge monnik hem: ´hoe was uw leven voor u verlicht werd?´
´Ik schilderde bamboe´s.´ antwoordde Ushiki. ´En hoe was het nadien?´ vroeg een andere monnik. ´Ik schilder bamboe´s´ was het antwoord.
Vrij verteld naar een spirituele metafoor.
Ushiki schrok zich wezenloos maar gehoorzaamde en vertrok met zijn verfdoos en kwast. Jaren leefde hij buiten het klooster en allang kon hij door de verkoop van zijn schilderijen in eigen bestaan voorzien. Hij kreeg opdrachten vanuit de hele wereld en wat iedereen behalve hijzelf zag, was dat zijn bamboe´s een licht uitstraalden, alsof ze levendiger waren dan in het echt. In zijn wanhoop besloot Ushiki om terug te gaan naar het klooster, immers zo zei hij in zichzelf: ´hij kon van zijn schilderijen leven´.
Op dat moment gebeurde er iets. Alsof hij wakker werd, Flits. Flats. Flandere. Ushiki veranderde.
Al die tijd dat mensen hem smeekten om een schilderij, hem de meest gunstige prijs wilden betalen en meer, hem uitnodigden in hun huis (het was een eer om de grote meester-schilder als gast te mogen ontvangen)....Al die tijd dat hij overal welkom was en open deuren kreeg waar hij maar kwam, had hij niet beseft dat leven van het geld dat zijn schilderen hem opbracht niet hetzelfde was als leven van zijn schilderijen.
Hij keek met verwonderde ogen naar zijn verfdoos en kwast. Ze zagen er nog net zo uit als voordien. En nog steeds een beetje wiebel van wat hem net was overkomen, begon hij te schilderen. Aarzelend en voorzichtig pakte hij de schuursteen en het brokje verf, goot er wat water bij en begon te schuren. Net zolang hij het juiste mengsel verf had. Ook dat bekeek hij met nieuwe ogen, maar het zag er nog net zo uit als vroeger. Het kon niet anders of het moest dan wel in hem zelf zitten.
Met in zijn ene hand de verfdoos en in de andere hand de kwast, sloot hij zijn ogen en concentreerde zich.... totdat zijn hand de kwast pakte, in de verf doopte en in één streek een bamboe neerzette. Pas toen wilde Ushiki zien wat door hem heen geschilderd wilde worden. En voor het eerst zag hij wat anderen al die tijd al hadden gezien, een levendig schilderij, alsof de bamboe-blaadjes zo zouden kunnen bewegen op een zuchtje wind.
Het enige wat Ushiki wist te doen, terwijl de tranen van ontroering, hem over de wangen liepen, was een diepe buiging maken. Een buiging voor zichzelf, voor dat wat zich door hem manifesteerde, voor dat wat ondanks zijn eerdere blindheid, al die tijd had gewacht om ontdekt te worden.
Hij liep de lange weg terug naar het klooster, klopte aan en het was de meester zelf die hem opendeed en hartelijk verwelkomde. ´Welkom thuis mijn zoon´.
Vele jaren later, toen Ushiki zelf de meester van vele leerlingen was, vroeg een jonge monnik hem: ´hoe was uw leven voor u verlicht werd?´
´Ik schilderde bamboe´s.´ antwoordde Ushiki. ´En hoe was het nadien?´ vroeg een andere monnik. ´Ik schilder bamboe´s´ was het antwoord.
